non-profit art organization

AMAI – Antwerp Multimedia Art Initiative

Hoge hakken, hoofddoeken, stropdassen en brandstapels

March 24th, 2010

Elke mens heeft het fundamentele recht om gelukkig te leven. Als dit hoge hakken, stropdassen of hoofddoeken dragen betreft, zie ik geen enkel probleem. Van mij mag het zelfs allemaal tegelijk. De kerntaak van elke gezonde overheid is deze vrijheid te bewaken. Maar ook elk individu draagt deze verantwoordelijkheid. Iemand anders benadelen omwille van een andere levensbeschouwing is onverdraagzaam en een beperking voor die persoon zijn geluk. Dit zijn allemaal mooie woorden, maar zodra ze worden getoetst aan de werkelijkheid, blijken ze zelden waar te zijn. De voorbeelden waar machthebbers een levensbeschouwing opdringen en andersdenkenden proberen uit te roeien, zijn niet te tellen. Hun talloze volgelingen doen vlotjes mee en zingen luidop de hymnen. Zelfs in onze moderne en seculiere wereld worden waakzame mensen langs alle kanten beïnvloed en uiten ze hun opgedrongen levensbeschouwing via symbolen, goederen en vreemd gedrag, al dan niet bewust. Al dan niet gebaseerd op correcte feiten. Ook de empirische en logische steigers waarin onze samenleving is opgebouwd, blijken niet volledig vrij van vooroordelen, bedrog en contextualiteit. De tijden dat men bij wet verplicht was naar de kerk te gaan zijn gelukkig voorbij. Er is terug meer vrijheid van denken. Maar paradoxaal genoeg blijkt ook dit ‘vrije’ denken begrensd.

Weinig ervaring wint het hier van weinig logica. De primordiale vrijheid en gelijkheid waar o.a. Rousseau van droomde, werkt misschien voor zwervende familiegroepen en stammen van jager-verzamelaars, maar niet in steden met miljoenen mensen. Evenmin werken lokale ethische systemen al dan niet gebaseerd op een of andere goddelijke openbaring om alle verschillende culturen vreedzaam te doen samenleven. Een abstractere bestuursvorm dringt zich op. Maar het is gevaarlijk om de werkelijkheid vanuit een puur theoretisch standpunt te benaderen. Zelfs hedendaagse denkers verheffen de absolute aanspraken van het 17e-eeuwse rationalisme nog steeds tot absolute waarheid. Maar, aldus Stephen Toulmin:“de geldigheid ervan blijkt bij nader inzien echter zeker niet absoluut en onvoorwaardelijk, onafhankelijk van omstandigheden en decontextualiseerbaar, maar hypothetisch en bijkomstig te zijn.1 Inderdaad blijken veel logische en rationele bestuursvormen niet in staat de miljarden mensen vreedzaam te reguleren. Omdat ze fundamenteel toch een standpunt innemen en helemaal niet neutraal zijn. Zodra in een levensbeschouwing de theoretische kant groter wordt dan de praktische kant, is er duidelijk een verstarring en vlucht naar absolute controle waar te nemen. George Orwell beschreef deze absolute controle in zijn boek ‘1984′ en Europa heeft hier inderdaad al 400 jaar last van. Want hoewel iedereen spreekt van de duistere middeleeuwen, wordt de onderdrukking en systematische uitroeiing van o.a. ketters en vrijdenkers pas na de Renaissance monsterachtig. Rond 1600 breekt er iets in Big Brother. Niet toevallig samen met de opkomst van het moderne denken. Tevens is er in de islamitische wereld 100 jaar daarvoor een verstarring in het denken waarneembaar. Evenmin toevallig begint pas dan Europa zijn zuiderburen technisch voorbij te steken. De resultaten mogen er wezen.

Er is het akelige gegeven waar o.a. psycholoog Stanley Milgram in 1960 al op wees en nu weer te zien is in een Franse televisiequiz: in veel gevallen volgen mensen onmenselijke bevelen tegen hun geweten in, omdat de groepsdruk of autoriteit te groot is. Het lijkt mij inderdaad een zeer moeilijke taak om vrijheid te verenigen met deze menselijke, maar gevaarlijke gehoorzaamheid. De overheid moet hier zorgvuldig te werk gaan. Deze kuddegeest wordt al te vaak door politieke en religieuze leiders, maar ook door geldwolven misbruikt. Dit kan deels een verklaring zijn waarom mensen en samenlevingen verstarren. In Europa is deze demagogie de afgelopen veertig jaar terug goed politiek zichtbaar geworden via religieuze, politieke en financiële fundamentalisten. Mensenrechten worden niet alleen in het buitenland geschonden. Vaak verbinden radicale groeperingen in dure propaganda hun individuele vrijheid tot meningsuiting met een minachting voor andere levensbeschouwingen. Het onderscheid tussen egoïsme en individualisme wordt op deze manier niet meer gemaakt. Het is dezelfde impasse waar het zeventiende-eeuwse Europa mee werd geconfronteerd en we zijn goed bezig het kind weeral met het badwater weg te gooien. Om deze redenen vind ik bijvoorbeeld een islamitische hoofddoek dragen hetzelfde als hoge hakken dragen. Beide kunnen de autonome ontwikkeling van de vrouw beperken en plaatst haar (nog meer) in een afhankelijke positie t.o.v. de man. In extreme gevallen wordt het lichaam zelfs tekort gedaan: bij een boerka een chronisch vitamine D-tekort door te weinig zonlicht en bij hoge hakken misvormde ledematen, beschadigde zenuwen en rug, valpartijen, breuken, enz…. In beide gevallen breken er botten. In beide gevallen draait het om iemand anders te behagen en te dienen. Niet altijd een boerka dragen en niet altijd hoge hakken dragen is een voor de hand liggende oplossing. Maar daar knelt het schoentje: achter het krampachtig vasthouden en opleggen van symbolen en idealen, verbergt zich meestal een onzeker iemand op zoek naar zekerheden. Ook de man draagt een stropdas en symbolisch gebonden aan benen, nek of hoofd, speelt iedereen een bevreemdende rol in het spel van groepsdruk, statusangst en paringsdans.

Het denken in stereotypen vereenvoudigt de wereld en in een eenvoudige wereld lijkt geluk makkelijker te vinden. Daarom accepteren mensen boerka’s, hoge hakken en slecht zittende pakken. Bekeringsdrang, onverdraagzaamheid en onverschilligheid zijn maar enkele gevolgen van dit beperkte en soms pijnlijke gedrag. Maar de groepsdruk weegt. Een overheid moet ervoor zorgen dat drukkingsgroepen binnen elke samenleving op een humane wijze met elkaar leren omgaan om elkaars verschillen te kunnen respecteren. Niet alleen via wetten, onderwijs en propaganda, maar via alle mogelijke kanalen. Zoals aantrekkelijke en actieve inburgeringsprogramma’s in alle grootsteden per wijk waar alle inwoners gratis aan deelnemen. Want niet alleen allochtonen hebben vandaag nog steeds nood aan socialisatie. Grondig onderzoek heeft aangetoond dat racisme en vooroordelen alleen maar verdwijnen wanneer beide partijen samen gericht taken en problemen oplossen. Pas wanneer alle partijen concreet samenwerken, ontdekken ze opvallend snel hun gelijkenissen en vergeten de verschillen. Helaas hebben overheden vaak zelf een verborgen agenda. Ik ga het daarom niet hebben over de georganiseerde moorden, martelingen en verminkingen die gebeuren in landen waar fundamentalistische groeperingen vrij spel krijgen. Een internationaal orgaan zoals de V.N. kan niet anders dan alle middelen inzetten om deze wantoestanden tegen te gaan. Maar ook daar zijn ze blijkbaar het noorden kwijt of komen ze rijkelijk te laat.

Het succes van de extreme politieke, religieuze en financiële groeperingen doet vermoeden dat velen wel gelukkig willen zijn, maar niet meer weten hoe. Het gebrek aan nuancering en verdraagzaamheid verscherpt het stigmatiseren. En de oorlog voedt zichzelf. Naarstig wordt er naar een zondebok gezocht. Dit zie je ook in het hoofddoekendebat dat in Europa zijn kop opsteekt en vandaag ook in het Vlaamse onderwijs. Maar niet elke moslim wordt een fundamentalist, zoals niet elke joint-roker een heroïneverslaafde wordt. Wat opvalt is dat voor- en tegenstanders vaak dezelfde argumenten hanteren, enkel de eigennamen veranderen om zo elkaars extreme kantjes in de verf zetten. Ik heb geleerd dat dogma’s de praktische kant van het leven vaak onmogelijk maken. Ik vind het zeker raar om een moslimmeisje te zien verkondigen dat ze beperkt wordt in haar vrijheid wanneer haar een symbool van onderdrukking wordt ontzegd. Maar wat is het verschil met een populistisch politieker die in naam van de vrijheid anderen vrijheid ontzegt? En zo zie je het praktische leven aan kwaliteit inboeten, omdat het theoretische (zowel bij voor- en tegenstanders) overweegt: zeventiende-eeuwse toestanden van theorieën vol tegenstellingen en hiaten. Nogmaals: zodra een levensbeschouwing theoretisch groter wordt dan praktisch, is er duidelijk een verstarring in het denken waar te nemen. Het is niet de eerste keer dat we zoiets meemaken. Daarom weten we dat intolerantie niet het enige werkbare antwoord is op intolerantie. De taak is de intoleranten daarvan te overtuigen. Non bellum se ipsum alet.

Laten we even terug in de tijd gaan. Midden in de dertigjarige oorlog, rond 1630, was er geen enkele ethische, politieke of religieuze eenheid in Europa te bespeuren. Deze levensbeschouwelijke oorlog trof heel Europa in haar hart, maar werd vooral op Duits grondgebied uitgevochten. Zelfs natuurkundig stonden de Europeanen met getrokken messen over elkaar. In deze gewelddadige tijden met miljoenen slachtoffers, zochten de filosofen naar een nieuw uitgangspunt voor het denken. Ze probeerden nieuwe grondslagen te vinden in de gemeenschappelijke ervaringen van alle mensen. Grondslagen of uitgangspunten die via logica en ervaringen werden ondersteund en niet uitgingen van een of ander schriftuur of lokaal gebruik. Europa wilde herbeginnen met een schone lei. Opmerkelijk is dat de eeuw voor deze Europese oorlog enorm verdraagzaam was. De zestiende eeuw was de eeuw van Michel de Montaigne die over preutsheid en seks en scheten schreef. Het was de eeuw van de humanisten Erasmus, Rabelais en Shakespeare. Zij waren de laatmiddeleeuwse denkers die dankzij teksten uit de klassieke oudheid zich bevrijd zagen van het middeleeuwse conservatisme. Toch maakten ze niet de stap naar de moderne wereld van logica, rationaliteit en empirisme. Wat vooral opvalt bij lectuur uit de zestiende en zeventiende eeuw is de rust en onthechting die spreekt uit de logische en empiristische denkers van de 17e eeuw en de uitermate rake menselijke beschrijvingen en lichamelijkheid van de late middeleeuwers. Het moderne wereldbegrip begint vanaf denkers als Descartes, Leibniz en Newton (maar ook nog vele anderen) een abstracte ruimte te worden, sterk geordend door de natuurwetten. Op deze manier probeerden ze de chaos waarin hun ouders en zijzelf leefden op te lossen. Door de warboel van levensbeschouwingen die het bonte deken van de Renaissance maakten en de gruwelijke oorlogen die erop volgden, zochten de Europese denkers het terug hogerop in de kosmos, de hemelse Orde geregeerd door onwrikbare krachten en natuurwetten met meetkundige zuiverheid. Athene werd volwassen uit het hoofd van Zeus geboren. In zekere zin is dit ook een fundamentalisme.

Voor de rationalisten, zoals Descartes, lag het uitgangspunt in de gemeenschappelijke basisbegrippen die alle mensen delen. Het waren zijn bekende ‘heldere en duidelijke ideeën’. Descartes geloofde dat de euclidische meetkunde helder en duidelijk in alle mensen aanwezig was. Deze eeuwige ideeën vormden zo voor Descartes het uitgangspunt voor elke levensbeschouwing. Voor de empiristen zoals John Locke lag dit uitgangspunt in gemeenschappelijke zintuiglijke voorstellingen. Beide denkers waren ervan overtuigd dat een filosoof zich moest vrijmaken van de tegenstellingen in traditionele, overgeërfde en lokale denkwijzen. Maar de empiristen stelden de noodzaak voor zekerheden en absolute waarheden minder centraal dan de rationalisten. Dit is een belangrijk detail waarvan de gevolgen schitterend worden beschreven in Stephen Toulmin’s boek ‘Kosmopolis’. In het huidige debat over wat neutraliteit precies inhoudt, zie je deze eeuwenoude verschillen terugkeren. De Angelsaksische (vroeger empirische) visie op neutraliteit is dat alle religieuze symbolen zijn toegelaten, de continentale (rationalistische) visie zegt geen enkel symbool is toegelaten in openbare functies. Beide visies getuigen van een specifieke invulling van het begrip neutraliteit. Beide hebben waarde. Het enige verschil lijkt mij dat de rationalistische visie een beperking invoert. Ze gaat uit van een fundamentele visie van de mens als neutrale burger, ontdaan van plaatselijke en tijdelijke eigenaardigheden, geplaatst in een abstract en platonistisch universum. Op deze manier creëert men net opstandigheid. Geen enkele mens wil abstract zijn, maar concreet. In het secundair onderwijs in Vlaanderen is gebleken dat bij levensbeschouwelijke vakken atheïsten en verschillende gelovigen perfect kunnen samenwerken, wanneer ze uit vrije wil aan deze lessen deelnemen. Verplicht de jongeren wegens bijvoorbeeld een lerarentekort een andere levensbeschouwelijke les bij te wonen en de verstarring is onmiddellijk waar te nemen. Ik ben van mening dat het verbieden van hoofddoeken op school het gevaar met zich meebrengt dat de verstarring alleen maar groter wordt. De grote zekerheden waarmee we nu schermen om een hoofddoek te verbieden, zijn helemaal niet zo zeker. Vaak zijn ze ook maar een doekje voor het bloeden. Maar ik ben er wel van overtuigd dat de logische en empirische levensbeschouwing meer oplossingen biedt dan een of andere goddelijke openbaring. Descartes heeft gelijk dat we met heldere en duidelijke ideeën onze wereld moeten benaderen, maar deze hersenspinsels moeten continu worden getoetst aan het concrete en aanwezige van de werkelijkheid. Daarom is kritisch over je eigen meningen en die van anderen durven denken zo belangrijk. In een democratie worden geschillen opgelost door te praten en te overtuigen. Niet door te verbieden. Ook Plato had kritiek op de boeken van Homerus omdat er gevaarlijke onwaarheden over de werkelijkheid instonden. Eigenlijk vanaf het moment dat de moderne anatomie spraak en nieuwe hersenfuncties mogelijk maakten, zie je een versnelde ontwikkeling naar betere kennis en beheersing van de omgeving. Dit katalytisch proces zie je echter niet overal in de wereld gebeuren. Net door het gebrek aan kritiek. Sommige culturen die aanvankelijk hoger ontwikkeld waren dan anderen, verstenen plots door nieuwe inzichten of uitvindingen te weigeren of te negeren. Een prachtig voorbeeld is het middeleeuwse Japan dat omstreeks 1543 kennis maakte met de vuurwapens van twee Portugezen en rond 1600 meer en betere geweren bezat dan de rest van de wereld. Toch konden conservatieve krachten (i.e. de samoerai) de acceptatie van vuurwapens tegenwerken tot er vrijwel geen enkel geweer meer overbleef. Het duurde tot 1853, toen de Amerikaanse vloot o.l.v. kapitein Perry verscheen met duizenden kanonnen, vooraleer Japan de noodzaak van vuurwapens weer begreep. Ook China, Tasmanië, Polynesische eilanden en sommige islamitische landen staan weigerachtig tegenover de groei van praktische manieren om het heden te verbeteren. Hoewel tot 1500 de islamitische wereld technologisch en maatschappelijk veel verder stond dan Europa, zie je nu net het tegenovergestelde. Het teruggrijpen naar oude teksten en hun wetten om moderne samenlevingen te besturen, kan inspirerend werken, maar is zelden praktisch haalbaar zonder bloedvergieten. Zelfs seculiere wetten en wetenschappelijke theorieën zijn in geen tijd achterhaald. De levenskunst is een praktische opgave in het heden die begrip toont voor het tijdelijke, toevallige en zelfs foute karakter van elk individu.

Vanaf 100.000 tot 50.000 jaar geleden, toen de eerste mensen hun werktuigen bewust verbeterden en 40.000 jaar later de overgang naar een sedentair bestaan maakten, tot de moderne steden nu, zie je de mens zijn omgeving ontginnen, interpreteren, gebruiken en veranderen om zijn leven te verbeteren. Het punt is dat de mens sinds zijn ontstaan, door een beter praktisch inzicht in de omgeving, tot complexe samenlevingen is kunnen evolueren. Alle grote theorieën kwamen pas achteraf. Deze tienduizenden jaren van proberen en variëren hebben de veelkleurige culturen voortgebracht die allen variëren en proberen op ethisch, politiek en religieus vlak. Zeker hebben sinds de moderne tijd de grote denksystemen bijgedragen tot het verwerken van gigantische hoeveelheden informatie. Maar het gevaar is dat de mens een punt wordt in deze abstracte denkruimte, ontdaan van elke concrete menselijkheid. De natuurwetenschappen zijn de heilige graal van objectiviteit en universaliteit gebleken voor de Europeanen. Deze methodiek werd de afgelopen vier eeuwen dan ook al te graag toegepast in alle kennisgebieden van de mens. Pas op het einde van de twintigste eeuw blijkt deze methodiek, hoe nauwkeurig en voorspellend ook, ontoereikend en eveneens beïnvloedbaar door de omgeving. Het is ontzettend moeilijk om vanuit een eindig wezen als de mens, algemene uitspraken te doen. In de miljarden jaren dat de werkelijkheid is gevormd, is de moderne anatomische mens pas de laatste 100.000 jaar ontstaan. Onze Europese moderniteit pas 400 jaar geleden. Nog geen 152 jaar geleden begreep Darwin iets beter waar we echt vandaan komen. Niks meer, niks minder. Wij zijn dieren. Het is aan ons om terug een plaats te verdienen onder alle andere levende wezens. Vasthouden aan een of andere ‘absolute’ waarheid, hetzij wetenschappelijk, hetzij religieus, werkt alleen maar verstarring en zelfs achteruitgang in de hand.

Ik pleit dan ook voor een echt actief pluralisme, waar alle levensbeschouwingen elkaars verschillen respecteren om als mensen op zoek te gaan naar de gelijkenissen onder de hoofddoeken, boven de hoge hakken en achter de slechtzittende pakken. O ja, en wij willen ook geen brandstapels meer.

1Stephen Toulim, Kosmopolis, Verborgen agenda van de Moderne Tijd, blz. 232, 1995, PELCKMANS, Kapellen

2010

January 2nd, 2010

We wish you a merry this new year! Or just a pony or unicorn, you decide…

Daimon

December 6th, 2009

Gij zijt duur gekocht;

Wordt geen dienstknechten

Der mensen

KORINTHIËRS 7 : 23


De mens vreest de stilte. Het moderne individu vlucht het lawaai in. Hij huivert voor de stilte van de oneindige en lege ruimte. Het lawaai dat de hedendaagse mens maakt is een teken van doodsangst, afschuw en onmacht. In de stilte keert elke mens zich naar binnen en moet dan zelf de grenzen zoeken en bepalen. De grote geluiden doen deze grenzen vervagen en hiermee daalt het bewustzijnspeil. Mensen die veel praten, vrezen die stilte het meest.

Innerlijk kan worden gezwegen, terwijl men spreekt. Dit innerlijke zwijgen is niet rationeel van aard. Het moet worden onderscheiden van het innerlijke spreken. Het innerlijke zwijgen is emotioneel van aard. Alle deuren sluiten zich en niets of niemand spreekt tot ons. De wereld heeft geen kleur meer, er is niets en dat zwijgt in ons.

Dan pas hoor je een zachte stem. We horen haar haast nooit, maar ze is er en wordt meestal door onszelf en de anderen overstemd. Bij Socrates was ze kritisch, bij Plato aansporend. Deze innerlijke stem is soms droevig, vurig, grillig of discreet. Ze weeft en fluistert in ons en soms op een onbewaakt moment spreekt ze luidop.

Het ergste zwijgen is het ophouden van deze stem, aldus Dethier. De leegte wordt dan gevuld met allerlei kunstmatige behoeften en driften. Deze pseudo-gevoelens en pseudo-gedachten, die schreeuwerig in de wereld worden uitgebazuind, getuigen van de verveling die het moderne wezen zelf is geworden. Zij of hij wordt dan keuzeloos en contingent. Wanneer deze innerlijke stem zwijgt, wordt de mens droef. De mond zegt niet meer wat het meest stille in ons zou wensen te zeggen. Het is moeilijk deze stem te benoemen. Sommigen zeggen Rede, anderen God of Vertrouwen.  Zen-Boeddhisten spreken van de Stilte of Leegte. De werkelijkheid van een vertrek ligt niet in haar muren, maar in haar ruimte. Een echte mens heeft een ledige ruimte in zich, waarin anderen kunnen gaan en komen.

De spiegel van de simpele beesten

December 5th, 2009

De Woorden die mijn voorouders uitspraken hebben hun weg gevonden naar mijn leven. Ik heb me verzet tegen deze Woorden. Ik heb onderzoek gedaan. Gezocht naar waar de Woorden en de Dingen samenkomen. Ik heb fouten gemaakt. We kijken alleen via een spiegel het mysterie in en zo vervolgens van aangezicht tot aangezicht. Maar goed, de Woorden zijn dus de Dingen niet. Ze zijn afspiegelingen. Ook wanneer we elkaar aankijken, verdwalen we in een spel van spiegels. Het onafgebroken geblaat van de magere schapen is onkenbaar en zinloos voor de wolf. Hun taaie vlees belooft geen morgen.

J: Alles wat is, is er dankzij de grenzen met wat het niet is. Dat is dit niet.

H: Alvast in jouw woorden en geest. Mensen hebben de neiging de dingen in hokjes te steken. Dat is dat en dit is dit. Dat is dit niet en dit is dat niet. Eigenlijk steken jullie zo jezelf in een kooi. Maar geen enkele boom wil in een hokje staan. Geen enkele boom wil een dak. Jullie zijn afspiegelingen van een falend mensbeeld. Jullie zijn bonsailevens. Vervreemd van elke oprechte emotie, blijft er enkel een ik over dat zich rechthoudt met woorden. Maar woorden bestaan niet,…

S: Ja, mensen hebben zelfs categorieën voor deze eenzame hokjes gemaakt. O, handige categorieën, vormen van het verstand, die de gegevens van de zintuiglijkheid kneden. In jullie kleine, trage wereld zijn ze zo behulpzaam, maar zodra er kortsluiting wordt gemaakt tussen het particuliere en universele, dan pas blijkt niets te zijn wat het is. Of beter: lijkt niets iets te zijn dat het niet is. Of lijkt iets niet te zijn wat het is. De spiegels der simpele zielen.

J: Ik kan niet goed volgen, maar heb begrip voor wij die liegen, want wij kennen onszelf niet. Wij zijn eindig en hebben grenzen. We kunnen niet anders dan stellen dat de werkelijkheid ook eindig is en dus grenzen kent. Maar wat ligt er voorbij die grenzen dan? Het Niets?

H: In mensentaal alvast niet iets dat is. Want dan is het werkelijk en valt het binnen de grenzen van het werkelijke. Dus ja: wat er voorbij die grenzen ligt is het niets. Maar dat niets is ook begrensd.  Het zijn stopt waar het niet zijn begint, dus het Niets stopt waar het Iets begint.  Als het Niets ergens stopt,  heeft het grenzen.

S: Alles wat er niet is, is er dankzij de grenzen met wat er wel is.

J: De werkelijkheid is dus oneindig? Maar als ze oneindig is, is ze onkenbaar. Ik kan me zelfs in de allerverste verte oneindigheid niet voorstellen. Te weinig spiegels ter beschikking. En waarom is dan alles niet liever Niets?

H: Maar er is vooral Niets en al jullie kennis gaat in essentie terug tot een of ander voorwerp. Zonder deze elementen van zintuiglijke oorsprong blijven er alleen maar formele voorwaarden van kennis over. Daar heb je op zich niets aan.

J: Dat zei ik al. Alles wat we van de werkelijkheid ervaren, komt eerst via de zintuigen. We voelen het werkelijke op onze huiden en ogen branden. En de brandwonden in onze geest verdwijnen zacht, zoals de kleurvlekken binnen je gesloten ogen. Het gezicht is de spiegel van de ziel.

H: Er is geen ziel, J. Alvast jij hebt er geen. Een ziel van woorden bestaat niet. Tenzij we het woord ziel gebruiken zoals de Ouden: het ademen. Alles dat ademt, leeft. Alles dat ademt vergeet en wordt vergeten.

S: Spijtig dat zoveel mensen ademen verwarren met spreken. Alsof jullie bij elke ademtocht de wereld willen betoveren met woorden. Wel, de wereld luistert niet meer. Wat zich niet in woorden laat gieten, daarover moeten jullie zwijgen. Zwijgen en ademen.

J: Prima, kom we gaan eten. De zon komt op. De dieren zullen gaan drinken.

Vanishing?

August 24th, 2008

Hei ,

Een vriendin Liz Haines is bezig met een boeiend onderzoek naar de visie op het leven na de dood. Het is een mooi onderwerp. Vollediger dan politiek, misschien persoonlijker dan liefde, even wezenlijk als sneeuw die op je tong smelt.
Zij heeft een existentiële vragenlijst voor je klaar. Je mag anoniem blijven.
De toekomstige vorm van de uitkristallisatie van het onderzoek is nog onbepaald.
Indien je geïnteresseerd bent dan mag je je mailadres achterlaten.

gelinkt aan dit levensbeschouwelijk onderwerp is de huidige tentoonstelling “Anatomie der ijdelheden” in Het Erasmushuis te Anderlecht.
www.erasmushouse.museum

Met amai hebben we (Sabina, Milos en ik) hier een werkje over gemaakt. In de toekomst zal het het daglicht en jullie ogen zien.

xk

Apology of the Redundant

April 19th, 2008

Text by Jeroen Hoeck.

Apology of the Redundant

Why don’t we desire darkness during the longest days? Because we are good and light and scared in the dark? The Ancients said that someone who is strong does not desire to be strong. This person is it already. How can you desire something you already have? Or become what you already are? This way it is because we love light and lack the dark, that darkness is amongst us. Nevertheless this dark angel is fire.


Everyone talks about injustice, the violation of human rights, immoral and unethical deeds, but we seldom seriously reflect about radical evil. The previous century had within 30 years two world wars, totalitarian regimes of Left and Right, Hitlerism, Stalinism, Hiroshima, the Gulag, the genocides of Auschwitz and so on. Why aren’t there a million thinkers who put that ghastly part of the century of science under the microscope? Nilhil obstat.

Hannah Arendt (1906-1975) has written exhaustively about this dark subject. In 1945, she said that the problem of evil would be the fundamental issue of post-war European intellectual life. She understood that in the last stage of a totalitarian system evil appears absolute. Absolutely because it can be no longer deduced from understandable human aims such as a lust for power, self-love or selfishness. According to Hannah we witnessed the radical nature of evil via these regimes in the 20th century. In a letter to Karl Jaspers she writes: “Now we know that radical evil has nothing to do with human, sinful goals which we can understand. What radical evil really is I don’t know, but it seems to have something to do with the next phenomenon: make humans as humans redundant.

Radical evil according to Hannah

1. The dominant theme: make people as humans redundant.

2. The elimination of the human unpredictability and spontaneousness.

3. The idea that the delusion of omnipotence (do not confuse with lust for power) of an individual is not compatible with the existence of people in plural. Plurality, as the conditio per quem of all political life disappears.

4. Traditional standards (like the Decalogue) are no longer adequate to characterise modern crimes.

5. The most evil actions do not come from selfishness. Radical evil has nothing to do with understandable sinful goals.

The calamity of the redundant is not that they are stripped of freedom, the pursuit of happiness or freedom of speech (formulas developed to solve problems within a community), but because they no longer belong to any community whatsoever. Their bad situation is not that they are unequal for the law, but that absolutely no law for them exists; not that they are oppressed by someone, but that nobody wants to oppress them. Just at in last stage of a long process, their right to live will be in serious danger. Only when they are perfectly redundant, when nobody “claims” them, their life will be in danger. For this reason only is the most fundamental right: the right to have rights. To be continued….